menu ☰ menu search

Historie

Historie Scheveningen

De naam Schevenignen komt voor het eerst voor in een grafelijk register dat is opgesteld omstreeks 1284. Er is sprake van een gebied dat wordt omschreven als een ‘terram de Sceveninghe’ (land van Scheveningen). Het huidige Scheveningen wordt voor het eerst genoemd in een acte van 1357 waarin dorpsbewoners middels een officieel document verzoeken om een grafelijke gunst. Mogelijk heeft een toenemende vraag naar zeevis van de nieuwe, rijke nederzetting tot gevolg gehad dat vissers zich hebben gevestigd aan de dichtstbijzijnde kuststrook.

Ontwikkeling

Historie Scheveningen

Het dorp is in de geschiedenis vele malen door stormvloeden geteisterd, waarbij meestal ook een gedeelte van de bebouwing wegspoelde. In 1570 verdween tijdens de Allerheiligenvloed de helft van het dorp in de golven, waardoor de kerk aan de rand kwam te staan - wat nu nog steeds het geval is.

Historie Scheveningen

Scheveningen was tot halverwege de zeventiende eeuw slechts met Den Haag verbonden door een duinpad, het Westerpad, dat uitkwam bij het Haagse Noordeinde. In 1665 kwam de naar een ontwerp van Constantijn Huygens aangelegde Scheveningseweg gereed, een lange, rechte straatweg, waardoor de verbinding aanzienlijk verbeterde.

Badplaats

Historie Scheveningen

De badcultuur in Scheveningen begon toen de heer Cats in 1818 langs deze Scheveningseweg een buitenverblijf ging aanleggen met de naam Zorgvliet. Een klein houten gebouwtje met een wachtkamer en vier badkamertjes met uitzicht op zee. In 1820 verving hij het door een stenen gebouw. In 1828 werd de heer Cats uitgekocht door de gemeente Den Haag, die hier het Stedelijk Badhuis liet bouwen. Een gebouw met een centraal gedeelte en twee vleugels. Het Stedelijk Badhuis werd omgebouwd tot hotel toen de particuliere stichting Maatschappij Zeebad met hulp van de gemeente in 1884 het Kurhaus bouwde. Dit gebouw in de stijl van de Italiaanse Renaissance brandde een jaar later af, maar werd vervolgens herbouwd. Het aantal slaapplaatsen in Scheveningen bleef sinds die tijd groeien. Andere welgestelden lieten buiten het oude dorp (metname ten noordoosten en ten oosten ervan) verschillende grote landhuizen en villa's bouwen.

Badgasten gingen destijds met badkoetsen in zee of namen in het badhuis een zeebad. Baden in zeewater gebeurde vaak op doktersadvies, want aan de zee werd een geneeskrachtige werking toegekend. Toen in 1819 in een verordening van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage werd opgenomen. ‘Er zal in open zee niet gebaad worden dan met zogenaamde zwembroeken’, deed de badmode in Scheveningen zijn intrede. De badplaats Scheveningen ontwikkelde zich vanaf 1818 van een klein kuuroord steeds meer tot een vooraanstaande badplaats.

Het vissersdorp Scheveningen telde al gedurende enkele eeuwen vrij veel herbergen; de grote hotels ontstonden pas aan het begin van de 20e eeuw aan de badplaatszijde van het kustdorp. Van 1907 tot 1953 was Station Scheveningen in bedrijf als eindpunt van de Hofpleinlijn. Vanaf het midden van de 19e eeuw werden intussen bredere wegen als de Badhuisweg en de Nieuwe Parklaan vanaf Den Haag naar Scheveningen ontwikkeld. Een uitzondering hierop vormt de Oude Scheveningseweg die uit de zeventiende eeuw dateert. Met de komst van het autoverkeer in de 20e eeuw werden de rust en de beslotenheid van het oude vissersdorp voorgoed verleden tijd.