Een vissersdorp zonder haven
Eeuwenlang leefde Scheveningen van de zeevisserij, met schepen die vanaf het strand uitvoeren en er weer op landden.
- Terram de Sceveninghe (1284): de naam komt voor het eerst voor in een grafelijk register van rond 1284; het dorp zelf wordt genoemd in een akte uit 1357, waarin bewoners de graaf om een gunst vragen.
- Pinken en bomschuiten: omdat er geen haven was, voeren de vissers eerst met de pink en later met de bomschuit vanaf het strand uit, vooral op platvis en rondvis.
- De Allerheiligenvloed (1570): in 1570 verdween de helft van het dorp in de golven, waardoor de Oude Kerk aan de rand kwam te staan, waar ze nog altijd staat.
- Een klein dorp (1680): bij een telling in 1680 woonden er 917 mensen in 200 huizen.
- De Scheveningseweg (1665): lang was er alleen een duinpad naar Den Haag; in 1665 kwam de lange, rechte Scheveningseweg naar een ontwerp van Constantijn Huygens gereed.
De landing van Willem I en de badplaats
In de 19e eeuw kwam Scheveningen in het middelpunt van de belangstelling, eerst door een historische landing en daarna door het zeebaden.
- Willem I (1813): op 30 november 1813 zette de latere koning Willem I op het strand van Scheveningen voor het eerst weer voet op Nederlandse bodem; een dag later werd hij in Amsterdam uitgeroepen tot soeverein vorst.
- Het eerste badhuis (1818): de Scheveninger Jacob Pronk, die ook bij de landing een rol speelde, opende in 1818 een houten badhuisje met vier badkamertjes, dat hij in 1820 verving door een stenen gebouw.
- Stedelijk Badhuis (1828): in 1828 kocht de gemeente Den Haag Pronk uit en bouwde het Stedelijk Badhuis; badgasten gingen met badkoetsen de zee in, vaak op doktersadvies.
- De vuurtoren (1875): in 1875 werd de gietijzeren vuurtoren naar ontwerp van Quirinus Harder opgeleverd, gegoten door ijzergieterij Nering Bögel in Deventer.
Panorama Mesdag (1881): in 1881 schilderde Hendrik Willem Mesdag het enorme rondschilderij van de duinen, het strand en het vissersdorp, dat nog altijd te zien is in Panorama Mesdag.- Het Kurhaus (1884): in 1884 bouwde de Maatschappij Zeebad het Kurhaus in Italiaanse renaissancestijl; het brandde een jaar later af, maar werd direct herbouwd.
De eerste pier (1901): op 6 mei 1901 opende prins Hendrik het Wandelhoofd Koningin Wilhelmina, de houten voorganger van de huidige pier, rechtstreeks verbonden met het Kurhaus.
Haven, haring en de Eerste Wereldoorlog
Terwijl aan de ene kant badgasten flaneerden, bleef het oude dorp een arm vissersdorp dat zich langzaam moderniseerde.
- Armoede en sloppen: het dorp kende veel slechte woningen en epidemieën, zoals de cholera van 1832 met honderden slachtoffers; vanaf 1900 werden de sloppen gesaneerd, wat rond 1935 klaar was.
- Kanalen (1862): in 1862 werd het kanaal naar Den Haag geopend, en in 1882 volgde het Verversingskanaal, dat later in de zeehaven uitmondde.
- Een eigen haven (1903): met de opening van de zeehaven in 1903 en de komst van de logger werd Scheveningen jarenlang een van de belangrijkste haringhavens; vanaf 1905 werd de vis niet meer op het strand maar aan de haven geveild.
- Ramp voor de kust (1914): op 22 september 1914 bracht de Duitse onderzeeboot U-9 voor de kust van Scheveningen drie Britse kruisers tot zinken, de Aboukir, de Hogue en de Cressy.
- Vissers als slachtoffer: Nederland bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar vooral vanaf 1917 kwamen veel vissers op zee om het leven; het Eerste Vissersmonument aan de Scheveningseweg werd in 1922 onthuld.
Het verhaal van de zee: in Muzee Scheveningen ontdekt u de geschiedenis van het vissersdorp en de badplaats.

Atlantikwall en het Oranjehotel
De Tweede Wereldoorlog liet een diep spoor na in Scheveningen, dat na de oorlog grotendeels opnieuw moest worden opgebouwd.
- Sperrgebiet (1942): in 1942 werd Scheveningen verboden gebied; gebouwen werden afgebroken, en een zware betonnen muur op de boulevard en een brede tankgracht moesten een geallieerde invasie tegenhouden.
- De pier verloren (1943): op 26 maart 1943 brandde het paviljoen van de oude pier uit, waarna de Duitsers de pier sloopten; de huidige pier opende in 1961.
- Het Oranjehotel: in de Scheveningse strafgevangenis zaten in de oorlog verzetsmensen en politieke tegenstanders gevangen; vanwege hun gezindheid kreeg de gevangenis de bijnaam Oranjehotel.
- Atlantikwall Museum: sinds 2005 vertelt het Atlantikwall Museum Scheveningen in een originele Duitse commandobunker aan de Badhuisweg het verhaal van deze verdedigingslinie.
- Wederopbouw: zowel de badplaats als het oude dorp waren na de oorlog onttakeld, wat de vele naoorlogse nieuwbouw verklaart.






